Tambour en travailleur

Een straat die er nooit kwam
10 oktober 2019

Tussen de Tuinstraat en het achterliggende Bodehof ligt een onopvallend straatje. De kènderköpkes in het wegdek ademen een veel oudere historie dan de naastgelegen bebouwing. Dat roept al snel de vraag op waar deze weg ooit toe diende.

Als kind liep ik één keer per jaar door deze steeg, namelijk als Sinterklaas op bezoek kwam bij de fabriek waar mijn vader werkte. Na afloop nam mijn vader mij mee de fabriek in. Hier ontpopte zich een bijzondere wereld waar grote gevaarlijke machines door zware kettingen werden aangedreven en ik door de arbeiders steevast met ‘Mènneke’ werd aangesproken.

Mijn vader was schrobbelèr en werkte bij Jurgens Textiel in de Tuinstraat, een van de vele Tilburgse wolspinnerijen. Toen de productie werd overgeplaatst naar Berkel-Enschot en ik daar als vakantiewerker aan de slag ging, zag ik hem aan het werk in zijn blauwe overall met daarop de rode letters ‘JT’ gestikt. Zijn taak bestond grotendeels uit het vullen van de schrobbelmolen met wol en het uithalen van de volle spillen met draad. In de tussentijd, zittend op een leeg smoutvat en rustig zijn sjekkie rokend, keek hij toe en zag dat het goed was.

Duivelse machine

De onderdelen van zijn duivelse machine hadden chique namen als tambour en travailleur. De machine zelf werd assortiment genoemd, maar werd door mijn vader uitgesproken als sortemènt.

Het ding deed me denken aan een gigantische opengereten vuilniswagen. Aan de achterkant vulde je de bak met grote bergen plakkerige wol. Langzaam vrat de machine de wol op en vermaalde deze als een herkauwende koe tot steeds kleinere plukjes. Als je langs de machine naar voren liep, kon je mooi zien hoe de wol transformeerde tot een zacht en pluizig matras. Ongelooflijk hoe dit apparaat met zijn grote stalen walsen, vervaarlijke pinnen en klapperende transportbanden zijn brute kracht losliet op het tere eindproduct.

Aan de voorkant liepen de draden keurig parallel aan elkaar op houten spillen. Wanneer deze vol waren legde de schrobbelaar een nieuwe spil klaar en haalde met één vloeiende beweging de volle spil uit de machine. In mijn tijd als vakantiewerker mocht ik het ook wel eens proberen. Maar zoals het vaak gaat met ogenschijnlijk eenvoudige handelingen: probeer het maar eens. De wirwar van draden die ik achterliet kon niet tippen aan de regelmaat van de ervaren schrobbelaar.

Een ketelhuis als woning

Terug naar de Tuinstraat en zijn steeg, waar Harrie Jurgens zich in 1946 vestigde. Het karakteristieke fabriekspand viel in 1980 onder de slopershamer, waarna ter plaatse het appartementencomplex ‘Spinnerspark’ verrees. Het voormalige kantoorgebouw met bedrijfskantine en gevelsteen uit 1792 ontsprong deze dans. Wie even de moeite neemt om de hoek om te lopen vindt daar in de Telexstraat overigens nóg een opvallende herinnering aan de vroegere wolspinnerij: het voormalige ketelhuis dient nu als woning.

(foto boven: Dré van den Boogaard, collectie Regionaal Archief Tilburg)