Putwater met roest

Eén hoekje hield dapper stand …
23 maart 2020

Tilburg jaren zestig, er is een groot tekort aan woningen. Gezinnen trekken bij elkaar in of worden daartoe verplicht. In een aantal gevallen leidt dit tot ontluisterende taferelen, zoals in de – inmiddels verdwenen – Achterweg in de wijk Heikant.

TILBURG – “… Het huis is van boven tot onder nat. Het regent binnen en ik moet overal potten en pannen neerzetten, het water drupt zo bij mij op bed. Ook op dat van mijn dochtertje. Het komt door de pannen via de reten op zolder op de slaapkamer. Afgelopen winter lag er sneeuw op de kachel, dat kwam ook door de reten naar binnen. Het hout van de zolder is zo slecht dat de poeder eraf komt als je er met een mes aan krabt. De buitenmuren moeten opnieuw worden bezet want het aangesmeerde cement lijkt wel slijk …”

De briefschrijfster moet ten einde raad zijn geweest. Zij bewoont in 1957 een van de drie huizen die samen één woonblok aan de Achterweg vormen. Deze liep tussen het vroegere Lijnsheike en de verdwenen Heikantsebaan. De huisjes waren toen al bijna honderd jaar oud en de kwaliteit liet veel te wensen over. Als ‘krotwoningen’ stonden ze toen al te boek bij de gemeente, maar desondanks woonden hier nog steeds gezinnen met kleine kinderen.

Een aantal jaren eerder hadden de bewoners van de Achterweg al geklaagd over de slechte kwaliteit van het drinkwater. Waterleiding was er niet in dit deel van de Heikant en dus waren de bewoners aangewezen op een waterput. Maar die was door aanhoudende droogte nagenoeg drooggevallen. De gemeente Tilburg zag echter geen heil in de aanpak van dit probleem omdat “… de hoge kosten van een aansluiting op de waterleiding niet opwegen tegen de lage huuropbrengst van deze oude huisjes …”

Het is zomer 1963 en nog steeds proberen drie gezinnen met kleine kinderen hier te ‘wonen’. Het drinkwater uit de put mag niet meer gebruikt worden. In plaats daarvan maken de gezinnen gebruik van een pomp. Maar zo schoon is dat water ook weer niet. Opnieuw dient een bewoonster hierover een klacht in: “Ik ben een zieke vrouw van 64 jaar. Ik heb het aan mijn hart, ben op dieet, eet zoutloos, heb hoge bloeddruk en galstenen, dus ziektes genoeg. Op het putwater drijft roest en het stinkt. Dat staat toch voor schandaal op tafel …”

Als in april 1964 een schoorsteen explodeert en het pand op instorten komt te staan, is de maat voor de gemeente vol. Zij verklaart de drie woningen nu officieel onbewoonbaar. In de loop van het jaar verhuizen de bewoners naar andere delen van de stad. Op 14 april 1969 doet de sloper zijn werk en worden de meer dan honderd jaar oude krotwoningen met de grond gelijk gemaakt. Van de hele omgeving is niets overgebleven, ter plaatse vinden we nu de bushalte aan de Bachlaan. Hopelijk hoeven de mensen hier minder lang te wachten dan de bewoners van de huizen die hier ooit stonden.