Verhalen van de gasfabriek

Putwater met roest
23 maart 2020
Tilburg ging een maand in Lockdown
13 mei 2020

In 1923 is het groot feest bij de ‘Gemeente Gas- en Electriciteitsfabrieken’. Het bedrijf bestaat namelijk vijftig jaar. Ter ere daarvan overhandigt het personeel een bijzonder tegeltableau aan de directie. Bijna tachtig jaar later wordt het ensemble gered van de sloop en verschijnt het binnenkort misschien opnieuw in het straatbeeld.

Tilburg – Als kind fietste ik er regelmatig voorbij. De kolossale bouwwerken tussen de Lange Nieuwstraat en de Pellikaanhal. Grijs metaal, rond van vorm, heel veel buizen en zeker een meter of tien in de hoogte. Voor mij als klein manneke oogden ze gigantisch. Telkens bij het voorbijgaan fantaseerde ik dat ik er bovenop mocht klimmen om van het uitzicht te genieten. Volgens mijn vader waren het echter geen klimtoestellen maar gashouders van de Tilburgse gasfabriek. Een gasfabriek? Midden in de stad?

De ‘Gemeente Gas- en Electriciteitsfabrieken’ was sinds 1873 gevestigd in de driehoek tussen de Lange Nieuwstraat, Buitenstraat en Minckelersstraat. Jarenlang maakten de kenmerkende gebouwen deel uit van de Tilburgse skyline. De locatie was strategisch gekozen, namelijk in de directe nabijheid van het station. Hierdoor was de aanvoer van grondstoffen goed geregeld. Want het Tilburgse gas zat niet in de bodem zoals bij Slochteren. Nee, het werd ter plekke geproduceerd.

De wetenschapper Jan Pieter Minckelers ontdekte al voor 1800 dat je gas kon winnen door steenkool te verhitten. Toch duurde het meer dan vijfenzestig jaar voor er in Tilburg volgens dit procedé gas werd geproduceerd. In 1853 startte de Amsterdamse firma Cossas en Cie een particuliere gasfabriek op de hoek van de Korte Schijfstraat en de Schoolstraat. Later besloot de gemeente Tilburg om de productie zelf uit te voeren en bouwde tussen 1872 en 1873 een eigen gasfabriek. Hier werkten smeden, fitters, hulpfitters en stokers. Zij maakten lange dagen, soms wel meer dan honderd uur in de week. Maar dan had je ook een baan voor het leven.

Levende lijken

Het steenkoolgas werd vooral gebruik voor straatlantaarns en werd daarom ook wel ‘lichtgas’ genoemd. In 1909 waren vrijwel alle woningen en bedrijven op het gas aangesloten. Maar concurrentie lag op de loer: elektriciteit werd het nieuwe toverwoord. Hierop besloot de gemeente Tilburg om zelf elektriciteit op te gaan wekken, vooral ten behoeve van de gasproductie. Er kwam een nieuwe fabriek met een koeltoren op het terrein. Ook werden de karakteristieke gaslantaarns in de straten op veel plaatsen vervangen door elektrische verlichting. Dit ‘natriumlicht’ had een bijzondere uitwerking op de menselijke huid. Men sprak van ‘levende lijken’ die zich door de straten voortbewogen…

TILBURG, RINGBAAN NOORD 199, ENEXIS, KADO 50 JARIG BESTAAN. Foto Jan Stads / Pix4Profs

Bij het vijftigjarig bestaan in 1923 besloot het gezamenlijk personeel een speciaal tegeltableau te laten vervaardigen. Een aquarel van de bouwkundige Ruigvoorn vormde de basis voor de hoofdafbeelding. Deze toont hoe het bedrijf er na de laatste vernieuwingen van 1923 uit zou komen te zien. Erboven staat een afbeelding van de oorspronkelijke situatie in 1873. Verder hebben ook de eerste directeuren van de gasfabriek, Herboth en Van Mierlo, in de vorm van een medaillon een plaatsje gekregen. 

Op het tableau zien we een enorm fabriekscomplex met bedrijfsgebouwen, koeltorens, gashouders en natuurlijk de voor Tilburg zo kenmerkende fabrieksschoorstenen met sierlijke rookpluimen. Naast enkele dienstwoningen is ook de portierswoning zichtbaar, een beetje weggemoffeld tussen de overige gebouwen. Hoe bijzonder is het dan dat dit gebouw als enige ontkwam aan de sloopkogel?

Van stadsgas naar aardgas

Want dat is wat er uiteindelijk gebeurde. In 1962 schakelde de gemeente nog over op de productie van het veel schonere kraakgas, maar dit was geen lang leven beschoren. In Groningen werd namelijk in recordtempo het aardgas in de Nederlandse leidingen gepompt. Enkele jaren later was heel Tilburg aangesloten op aardgas. Omdat de PNEM al in de jaren vijftig de elektriciteitsproductie had overgenomen, betekende dit het einde van het bedrijf. De kraakinstallatie werd in 1966 alweer van de hand gedaan en het nieuwe ‘Energiebedrijf Tilburg’ legde zich vooral toe op onderhoud, controle, distributie en het incasseren van rekeningen. In de jaren zeventig kwam daar het beheer van centrale antenne-inrichtingen en stadsverwarming bij.

Met de verhuizing in 1980 van de Lange Nieuwstraat naar de Ringbaan-Noord kreeg het tegeltableau een plek in de nieuwe kantine. Toen ook deze gebouwen in 2011 werden afgebroken was er gelukkig een oplettende Tilburger die het wist te redden. Momenteel berusten de tegels bij Stadsmuseum Tilburg. Na de sloop van de gasfabriek verrees ter plaatse een nieuwe woonbuurt waarvan de straatnamen verwijzen naar de vroegere bedrijvigheid. De wijk kwam regelmatig in het nieuws. Het energiebedrijf had namelijk nogal wat grondsporen achtergelaten waar de bewoners veel hinder (lichamelijke) hinder van ondervonden. Vele jaren van bodemsanering volgden. 

Op zoek naar verhalen

De voormalige portierswoning van het energiebedrijf had de sloopdans dus ontsprongen. Het pittoreske huisje in de Lange Nieuwstraat valt tegenwoordig in positieve zin uit de toon bij de rest van de bebouwing. Een aantal mensen, waaronder de bewoonster van het pand, heeft het initiatief genomen om het tegeltableau weer terug te brengen in het straatbeeld. Zo kan het verhaal van de gas- en elektriciteitsfabriek verteld blijven worden. Hiervoor is Stadsmuseum Tilburg op zoek naar verhalen over het bedrijf of het tegeltableau. Wil je een bijdrage leveren, stuur die dan naar:

[email protected]