De nalatenschap van Winus Monkels

Tilburg ging een maand in Lockdown
13 mei 2020

Normaal gesproken is het in mei een drukte van belang rond de Hasseltse kapel. Maar dit jaar blijft het rustig. Geen snoepkramen, geen gezinnen met kinderen, nauwelijks gelovigen in het gebedshuis. Vanwege het coronavirus? Of is het Winus Monkels, die diep onder de grond zijn stramme skelet roert?

In 1938 publiceerde Jehan Kuypers de legende van Winus Monkels. Het verhaal speelt zich zo’n vijfhonderd jaar geleden af op de Hasselt. Opererend vanuit zijn hut in het moeras, lokt Winus met behulp van ‘tovertekens’ mensen naar zich toe en rijgt ze aan zijn spitse dolk. Als hij zijn wapen op een dag tussen de ribben van een edelman probeert te steken, duiken er plotseling twee ‘struische mannen’ op. Het blijken aartsengelen die door Onze Lieve Vrouwe zijn gezonden om de diepgelovige edelman te redden. Door schrik overmand rent Winus met geheven armen het moeras in en verdrinkt. Sinds die dag zou er een benauwende lucht uit het ven opstijgen waarin ‘geenen kikvorsch bleef leven’.

Uit dank laat de edelman exact boven de plek waar Winus Monkels ‘vier meter diep in zijn naakt geraamte staat’ en ‘zijn ziel in de vorm van vette wurmen voor altijd blijft dolen’, een kapel bouwen. Winus vraagt de duivel om hem te helpen, maar ook die kan weinig aanrichten tegen zoveel devotie van de gelovige kapelbezoekers. Desondanks komt de duivel in actie: in 1743 stort de kapel gedeeltelijk in.

Vervolgens besluit de ‘ketterse regering’ om de kapel te transformeren tot weverswoning. Lauw Jonckers, de beste wever uit de verre omtrek, gaat er aan de slag. Maar wat hij ook probeert, er komt geen goed stuk uit zijn handen. Regelmatig trilt de kapel op zijn grondvesten, veroorzaakt door het krakende skelet van Winus Monkels, diep onder de fundamenten van de kapel. Zijn geest waart hier blijkbaar nog steeds rond en Lauw pakt zijn biezen. In de jaren daarna vloeit het bier rijkelijk in het voormalige godshuis. Dit is omgebouwd tot taveerne maar ook díe bestemming is geen lang leven beschoren. Het bier smaakt naar ‘zeewater met zout’ en elke avond vallen er klappen. Niet door de bezoekers zelf maar ook hier slaat de onzichtbare hand van Winus Monkels toe …

De legende van Winus Monkels, getekend door Jan Hul.

Met de komst van de Fransen in 1795 krijgen de katholieken hun behekste kapel terug. Een zwaar gelag voor Winus Monkels, die de last van de gelovigen letterlijk op zijn hoofd voelt drukken: ‘Diep onder den zompigen grond van De Hasselt staat mee de armen in de hoogte en krom als van eenen gebochelde, het geraamte van Winus Monkels’. De conclusie van dit verhaal mag duidelijk zijn: alleen de gezamenlijke kracht van de katholieken krijgt de duivel eronder. ‘Sedert dat jaar is Winus Monkels zijn geraamte nog krommer gebogen, zeker als hij was niets te kunnen beginnen tegen de vasthoudende devotie der geslachten, die zich boven zijn hoofd voorbereiden tot de eeuwige zaligheid.’ 

Bron
Dit artikel is een bewerking van een verhaal dat eerder verscheen in: ‘Lieve Vrouwkes van Brabant of Eenen krans van Maria-legenden’ door Jehan Kuypers (1938, pagina 77-84).